Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Home
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. 11e ZONDAG DOOR HET...

11e ZONDAG DOOR HET JAAR : B : Mc. 4, 26-34 : 16-06-2024

Broeders en zusters,

Het is levenswijsheid te onderscheiden  tussen wat je doen kúnt en doen móet enerzijds, en wat boven en buiten je macht ligt anderzijds. Maar voordat we daarop voortdenken: het is ook een zaak van levenswijsheid niet in de valkuil te vallen van: wat boven en buiten je macht ligt, als niet relevant, niet belangrijk te beschouwen, dus geen aandacht waard. Zoals het ook een zaak van levenswijsheid is niet uit gemakzucht de vluchtweg op te zoeken te veel weg te schuiven naar de categorie van zaken die boven en buiten je macht liggen. Maar ervan uitgaande dat we die valkuil en die vluchtweg onderkennen en mijden: het is levenswijsheid te onderscheiden  wat je doen kúnt en doen móet enerzijds, en wat boven en buiten je macht ligt anderzijds.

En dat juist ook waar het gaat over het Koninkrijk Gods!  Dat Koninkrijk Gods is een gebeuren. Een gebeuren in het hiernamaals, maar evengoed een gebeuren in het ‘hiernumaals’: het gebeurt daar waar God werkelijk kan aankomen in onze wereld of in ons leven, werkelijk kan aankomen om er zijn liefdes-heerschappij op te richten, zodat Zijn liefde ons inpalmt en het laatste woord krijgt. En dat gebeuren heeft te maken met wat wij kunnen of moeten doen, én met wat wij niet kunnen doen en dus ook niet hoeven te doen.  Jesus maakt vandaag een vergelijking met een boer die zijn land inzaait. Dat zaaien moet die boer zelf doen, maar dan gebeurt het eigenlijk vanzelf: de levenskiem in het zaad ontkiemt en groeit op om te bloeien en vrucht te dragen. De boer, zegt Jesus, moet zaaien – en dan wachten. Die boer zal natuurlijk wel de omstandigheden voor kiemen en groeien optimaliseren. Maar daar gaat Jesus vandaag aan voorbij. Het gaat Hem nu om die wonderlijke groeikracht van het zaadje, dat hele groeiproces, en dat hoeft die boer alleen maar te laten gebeuren. Zo is het ook met Gods liefdesheerschappij: eenmaal gezaaid in ons, eenmaal aangekomen, hoeven wij het alleen maar te laten gebeuren.

Toch is dat laten gebeuren nog moeilijk genoeg. Het gaat ons doorgaans te langzaam. We merken amper iets van Gods liefdesheerschappij, noch om ons heen, noch in ons eigen leven. En áls we al iets zien, dan lijkt dat onooglijk klein. Zo klein als een mosterdzaadje, zegt Jesus zelf, het kleinste van alle tuingewassen. klein, dat we – behalve dat we de omstandigheden in en om ons  optimaliseren – in de verleiding komen te gaan trekken en duwen. Maar als je aan het kiempje zelf trekt, trek je het kapot; als je aan het plantje zelf trekt, ontwortel je het. En áls we het al laten gebeuren, áls we al wachten, dan valt dat ons gauw te lang, gaan we ons vervelen, en verliezen we onze aandacht en interesse; en dan gaan we van alles doen wat wél meteen iets lijkt op te leveren – maar zo verstikken we per ongeluk het kiemplantje. Ja, dat laten gebeuren van Gods groeiende liefdesheerschappij in ons, terwijl we waken en wachten – dat is nog moeilijk genoeg.  

Jesus geeft vandaag een leerzaam detail. Het zaad kiemt en schiet op, en onderwijl – zo staat er – slaapt de boer en staat hij op. Die boer ligt dus ’s nachts niet wakker! Natuurlijk kunnen er vele oorzaken zijn van slapeloosheid. Maar één daarvan is, dat men in alles de regie wil vasthouden, niet uit handen kan geven, maar te bezorgd is, te ongeduldig, en daarom de slaap niet kan vatten. Het hoort bij de levenswijsheid te doen wat men kan doen, toegewijd en met inzet, maar het dan ook uit handen te geven. In de christelijke levenswijsheid wordt dat nog verdiept tot overgave, tot gebed van overgave, zodat God Zíjn werk kan doen. Niet voor niets wijzen de mystieke schrijvers op de verwantschap tussen bidden en (in)slapen, en spreken ze over ‘sluimeren in God’ en over ‘gebed van rust’ als een hoge graad van gebed. En niet voor niets wijzen de oude geestelijke schrijvers – als opstap of opmaat – op het grote belang om elke dag steeds te eindigen met gebed, en met het uit handen geven van onszelf en van wat ons deze dag heeft beziggehouden – uit handen geven in de handen van God. Zo laten we God Zíjn werk doen, en laten we ons de volgende dag als een nieuwe dag schenken: als een dag met hernieuwde toewijding voor wellicht goeddeels dezelfde opgaven en uitdagingen en problemen als die van gisteren, én met allicht iets nieuws dat ons toevalt uit Gods liefdesheerschappij!
Amen.

Br. M.

Scroll naar boven