Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. 29e zondag door het...

29e zondag door het jaar A.  22 oktober 2023

Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt. Geef aan God wat aan God toekomt. Door de eeuwen heen zijn deze woorden van Jezus gebruikt als een wapen. Een wapen tussen de staat en de kerk. Vaak vijandig maar ook vaak de aanwezigheid van beide in een stad of dorp uit te drukken. In veel gemeentewapens kwam de patroonheilige van kerk en parochie voor en daarnaast op de ander helft een zwaard of een leeuw, al naar gelang, verwijzend naar de residerende hertogen of graven. De burgerlijke en de kerkelijke overheid, netjes gescheiden en op gelijke hoogte naast elkaar. Maar nu wordt het beginsel van scheiding van kerk en staat vaker aangevoerd om te zeggen dat  scheiding van kerk en staat  kerk haar mond moet houden als het over niet kerkelijke zaken gaat en de godsdienst achter de voordeur hoort. Scheiding van Kerk en staat betekent echter niet dat de overheid zich onverschillig moet gedragen tegenover de religieuze overtuigingen van de burgers. De staat mag zelfs geen voorkeur hebben voor en bepaalde religie. Gelijke behandeling voor allen. DE scheiding van Kerk en staat wil zeggen dat men zich over en weer niet inlaat of bemoeit met bijvoorbeeld van de gezagsdragers: de ministers of de bisschoppen. De levensterreinen van de burgers zijn echter niet altijd zo duidelijk van elkaar te scheiden als op een gemeentewapen en daarom is samen optrekken voor het welzijn en de gezondheid van de burgers meer voor de hand liggend dat elkaar bestrijden.

De politieke situatie in Jezus’ tijd als het land bezet is door de Romeinen zijn echter wel de aanleiding voor de uitspraak van vandaag: Geef aan de  keizer en geef aan God wat hen toekomt. De Herodianen, de aanhangers van koning Herodes, de Romeinse stroman koning in Jeruzalem, zijn voor belasting betaling aan de keizer want zij varen wel bij de aanwezigheid van de Romeinen. Zij hadden geen bezwaar tegen het gebruik van de Romeinse denarie met de beeltenis van de keizer  en ook niet met het randschrift over ‘Tiberius , zoon van de goddelijke Augstus’. En dan zijn er de Farizeeën, ze zijn vanuit hun waakzaamheid over de zuiverheid van het Joodse geloof en het naleven van de Torah. Ze zouden zo’n munt nog niet eens aanraken. Je mocht geen mensen afbeelden en hem zeker niet goddelijk noemen. En het was hun toegestaan hun belasting met een Griekse Drachme te betalen. Herodianen en Farizeeën waren geen maatjes van elkaar. Over veel zaken waren ze het hartgrondig oneens. Maar nu vinden ze elkaar in een monstrerverbond. De belastingen waren zwaar en talrijk vooral voor de gewone man, want iedereen werd gelijkelijk aangeslagen en leggen het twistpunt voor aan Jezus. Nu moest Jezus kleur bekennen. Was Hij tegen de keizer of was Hij tegen het zwaar beproefde volk? Links of rechtsom: Jezus zal hangen.

Het antwoord van Jezus is even verrassend als zo vaak. Het is zelfs geen antwoord. Hij laat zich niet strikken. “Laat mij de belastingmunt eens zien?’. En daarmee geeft Hij de kern van zijn wederwoord aan. Wat staat erop? Een beeld van de keizer. Maar wat dan nog, zegt Jezus. Mij is het niet te doen om munten . Mij is het te doen om mensen. En de mens: dat is het beeld en de gelijkenis van God. En het opschrift dat ieder mens draagt, luidt: kind van de levende God. Munten horen aan mensen toe en mensen horen aan God toe. Geef aan God wat aan God toekomt. Of zoals de Torah het samenvat: bovenal bemin één God; en daarmee gelijk de mens, je naaste, bemin hem als jezelf, beeld van God, kind van God. Gelovig zijn, christen-zijn, zegt Jezus, is in elk geval en altijd vertrekken van God en aankomen bij God. Een mensenleven behoort toe aan God en niet aan een mens, al is het een keizer die zich god waant. Als wij mensen hiervan uitgaan en hiervan leven, krijgen de problemen van alle dag een heel nieuw licht. Daarom zijn nog niet alle problemen toe aan een gemakkelijke of pasklare oplossing., maar krijgen wel een andere vertrekbasis om te zoeken naar een antwoord en oplossing.

Trouwens onze godsdienst is er niet of is geen middel om alle mensenvragen op te lossen.  Godsdienst is allereerst voor God: de relatie van een mens in zijn diepste innerlijk verbonden met zijn Schepper om ervan te vertrekken en om erbij aan te komen. In dit licht zullen de moeilijkste kwesties en schijnbaar onoplosbare situaties scherper, anders gesteld worden omdat we ons vinden in God en minder snijden en verwijdering veroorzaken. Er zal minder pijn zijn. Geen vraag hoe groot ook zal de vrede uit ons hart wegnemen omdat we ons allen laten leiden door God en Zijn woord. Hoeveel leugen, onrecht , hoeveel verdrukking en geweld, hoeveel afgunst en verdenking zouden niet bestaan in een samenleving van mensen die consequent is opgebouwd vanuit dit gelovige besef: ik ben beeld van God; evengoed als jij; jij bent een beeld van God.

Br. René

Nach oben scrollen