Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. 2e ZONDAG VAN DE...

2e ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD: A: MT. 17,1-9: 5 MAART 2023

Broeders en zusters.

Over de Kerk kun je heel verschillend denken. Voor menigeen is de wat klinische term ‘instituut’ al afdoende, of zelfs treffend. Maar beter is het te spreken over de Kerk als over een krachtcentrale: een waterkrachtcentrale, om precies te zijn. Maar dan meteen ook eentje die zijn kracht ontleent aan een huizenhoge waterval. Al zo’n 2000 jaar geleden is het dat Jezus begon met die Kerk te verzamelen door leerlingen bij Zich te roepen: de apostelen. Hoe je die Kerk verder ook wilt definiëren, en wat je ook van haar vindt; je kunt je óók afvragen wat er nog over zou zijn van het geloof in Jezus zonder haar.

Het beeld van de waterkrachtcentrale voor de Kerk is vooral daarom zo goed omdat het heel raak de hachelijke positie van de Kerk weergeeft. Er wordt aan de Kerk, sinds haar stichting, een niet voor te stellen, een ware óvervloed aan leven, góddelijk leven, de huizenhoge waterval, toebedeeld. En het zal haar moeite kosten, ongetwijfeld, heel die overvloed aan water te verwerken. Je houdt je hart vast! Te meer omdat die geschiedenis van de Kerk eigenlijk ook nog teruggaat naar het Oude Verbond, naar Mozes en Elia, in het evangelie genoemd, en zelfs naar Abraham, present in de eerste lezing.

De moeite die het net beginnende huisje dat de kerk is zich moet getroosten met de overvloed aan water, komt als zo vaak, treffend tot uiting in de persoon van Petrus. Nota bene de rots waarop Jezus zijn Kerk zegt te willen gaan bouwen. Hij is, met Jakobus en diens broer Johannes, door Jezus uitgekozen om met Jezus mee te gaan naar boven, een hoge berg op. Daarboven overkomt de drie mannen een meesleurende, extatische ervaring. Het wordt daar duidelijk dat Jezus de grote belofte van het Oude Verbond, van de wet en de Profeten, vertegenwoordigt door Mozes en Elia, vervult. Het is duidelijk: deze man, die hen geroepen heeft hem te volgen, is Degene naar wie Israël al zo lang uitziet!

Petrus beseft het eenmalige en unieke van Jezus, maar hij heeft meteen ook moeite met het verwerken van alle informatie die hem ten deel valt. Hij is zó enthousiast dat hij het allemaal wil vasthouden en continueren: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”. Petrus wil vasthouden en bewaren wat hij eigenlijk moet loslaten en laten stromen. De watervloed is hem al te machtig, al vóórdat ze nog maar echt goed en wel in gang is gezet. Petrus begrijpt nog niet, wat ook wij hebben te verstaan: het is niet aan hem, en ook niet aan ons, om in actie te komen. We moeten niet allereerst iets doen, dat komt later pas. Van meer belang is ons eerst maar eens te láten doen. Ook ons overkomt de vloed. De vloed die de heilige Geest is. Wij kunnen niet maken dat het goddelijk leven ons toestroomt. Wij kunnen onszelf niet echt helpen of thuisbrengen.

Mensen denken vaak dat ze aan geestelijke of morele eisen moeten voldoen. Dat ze moeten groeien of leren. Dat ze door hun eigen inspanningen er wel zullen komen. Maar de liefdesvloed die iedere mens tegemoet stroomt is geheel en al Gods soevereine, vrije initiatief. En ze is onvoorwaardelijk. Ze staat los van onze morele staat van dienst! Het water is gaan stromen toen Jezus stierf en verrees uit liefde voor ons én voor Zijn Vader. Die liefde is allerpersoonlijkst: “Voor u – Mijn lichaam voor u”, zei Hij op de vooravond.

Wij kunnen ons de watervloed niet voorstellen. Wat de Kerk ten diepste is: we hebben er geen flauw benul van. Omdat we ons nauwelijks kunnen voostellen wat liefde is. Wie God is. De Vader hééft geen relatie met de Zoon; Hij IS alleen maar relatie met de Zoon. Eén en al gerichtheid op- en heenwijzen náár de Zoon. “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde… luistert naar Hem”. Zoals het ons past om ons te láten doen, ons te láten liefhebben, zo past het ons ook ons te láten toespreken. Door de Zoon. Als wij maar volharden in ons luisteren naar het evangelie zal ons allen steeds meer duidelijk worden: “Ik word steeds wéér opgepakt en meegenomen, meegesleurd”. Ondanks alles. Amen.

Br. J.

 

Nach oben scrollen