Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. 3e ZONDAG VAN DE...

3e ZONDAG VAN DE ADVENT: A: Mt. 11,2-11: 11 DECEMBER 2022

Broeders en zusters,

“Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?” Met deze vraag stuurt Johannes de Doper vanuit de gevangenis zijn leerlingen op pad om Jezus te bevragen. Misschien is dit ook voor ons een vraag, een vraag die leeft in ons eigen hart. Kennen wij Jezus als “de Komende”, als iemand die “komt”? Niet alleen als iemand die al ooit gekomen is, een paar duizend jaar geleden, maar als iemand die nu nog steeds “komt”; die nu nog altijd “komende” is, die nog altijd onderweg is naar ons toe?

Die vraag of Jezus voor ons de Komende is, mag ons niet te snel bevreemden, want ze is best heel wezenlijk. Kennen wij Hem als iemand die op zeker moment op weg is gegaan, die toen begón met te “komen”? En ons ieder afzonderlijk tegemoet komt sindsdien? In één woord: zien wij in Jezus iemand die ons ZOEKT? Die onophoudelijk en onvermoeid Zijn weg herneemt om ons mee te voeren op die weg naar daar, waar Hij vandaan gekomen is?
Dat Jezus iemand zou zijn die “komt”, die ons zoekt, mag ergens toch ook wel enige verbazing wekken. Want eigenlijk zouden WIJ het moeten zijn, die naar Hém zouden moeten gaan. Wij zouden naar Hem moeten gaan, een poging moeten doen ons met Hem te verzoenen. Want wíj zijn het die de fout in zijn gegaan. Die zoveel hebben nagelaten te doen voor andere mensen. Die achter gehouden hebben van onze rijkdom. Die zowel hun materiële- als hun immateriële rijkdom niet met anderen hebben willen delen. In de wereldreligies is het gewoonlijk dan ook de mens die van zijn kant degene is die moet komen. Verzoening of bevrijding is alleen maar mogelijk als de mens zélf een weg opgaat, zélf verzoenende handelingen stelt, omdat hij het is die iets goed te maken heeft. Omdat de mens zelf het is die bevrijding behoeft. Des te meer verbazing mag het dan ook wekken, dat het bij ons, christenen, omgekeerd is. Niet de door egoïsme aangetaste mens is het die toenadering zoekt, die komt, maar God zelf komt in de persoon van Jezus op ons toe. God wacht niet tot de schuldigen komen om zich te verzoenen; Hij gaat hun het eerst tegemoet en verzoent hen.

Aan ons is het die onophoudelijk komende Jezus wélkom te heten. “Nu zijt wellekome”, zoals het Kerstlied zegt. Aan ons is het die niet nalatende Jezus niets in de weg te leggen, liefst geen strobreed. Zijn komen niet te hinderen. Hoe wij dat moeten doen? Twee dingen zijn hier belangrijk. Het eerste betreft God zelf. Het tweede heeft allereerst betrekking op ons eigen zelf.
V.w.b. het eerste, v.w.b. God zelf dus, is het belangrijk dat Hij gekénd wordt. Dat men althans enigermate besef heeft wat dat leven van Jezus eigenlijk betekent. Maar dat veronderstelt wel interesse van onze kant. Het hebben van vragen is in dat verband van groot belang. Ook die vraag van Johannes de Doper of Jezus de Komende was, of dat zij een ander te verwachten hadden, getuigt van interesse in Jezus’ persoon. Een vraag voor menigeen vandaag de dag zou bijvoorbeeld kunnen zijn wat een Eucharistieviering toch eigenlijk betekent. Hádden mensen maar zulke vragen en stelden ze die ook maar! God zou beter gekend zijn als we wat meer vragen hadden te stellen.
Het tweede dat Jezus’ komst blokkeert is de min of meer geringe kennis die wij van ons eigen zelf hebben. Zelfkennis is weten dat je maar een uiterst schamele mens bent, als je jezelf met Jezus vergelijkt. Zijn goede boodschap is niet dat wij zulke fantastische mensen zijn, maar precies het tegenovergestelde. En toch is ze veel bemoedigender en biedt ze veel meer troost. Want door Jezus weten we dat Gods vergeven-de Vaderliefde ons deel is. Dat Jezus ons namens Zijn Vader komt vergeven.
We hoeven geen schrik te hebben voor onze morele armoede; ons egoïstisch falen mogen we gerust onder ogen zien. Immers: Jezus’ komst heeft de wereld uit zijn hengsels gelicht. En ze BLIJFT de wereld uit zijn hengsels lichten om ons op te tillen tot bij God. We mogen er zeker van zijn: we hebben geen ander te verwachten. Amen.

Br. J.

 

Nach oben scrollen