Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. 5e ZONDAG DOOR HET...

5e ZONDAG DOOR HET JAAR: A: Mt. 5,13-16: 5 FEBRUARI 2023

Broeders en zusters.

Zijn wij wel verliefd genoeg op God? Een verrassende vraag misschien. Ze kan zelfs wat bevreemding wekken. Menigeen zal zich bij die vraag ook echt niets kunnen voorstellen. Toch weten we allemaal wel dat het ons ook gevraagd wordt: van God te houden. En ja: dan kun je die lijn ook doortrekken, en kun je je realiseren dat dat echt een mogelijkheid is: verliefd worden op God. Er zijn zeker ook mensen geweest die zich daardoor juist aangesproken wisten, die dachten: “Ja, dat is het helemaal voor mij, ik kan en wil verliefd worden op God!”
Het kan allemaal wat dichterbij komen als we eens een Kerkleraar aan het woord laten. Een paar kleine citaten mogen volstaan. Johannes van het Kruis was en is een autoriteit op het vlak van het gebed, hij stelt: “Alle schoonheid van de schepselen is, vergeleken met de oneindige schoonheid van God, de grootste lelijkheid”. En ook zegt hij: “Wanneer God lichamelijke schoonheid schenkt, is dit slechts om Zelf meer gekend en bemind te worden”.

Wij weten wel hoe verliefde mensen iets aanstekelijks, iets stralends kunnen hebben. Ze lopen over van geluk. In dat stralen komt iets van een beeld terug dat Jezus vandaag in het evangelie gebruikt: “Gij zijt het licht der wereld” zei Hij. Het beeld van het licht is het meest aansprekende en toegankelijke beeld, Hij noemt ook nog het zout onder andere, maar bij dat licht kunnen we ons allemaal meteen iets voorstellen. Zoals de wereld ook iets schoner of mooier lijkt als de zon schijnt.
Het is goed eens vast te stellen dat wij allemaal, met hier te zijn, aantonen met het Licht op weg te willen zijn. “Ik ben het licht van de wereld”, zegt Jezus in een ander evangelie. Juist in een tijd van ontkerkelijking spreken wij ons uit met een keuze voor dit ene Licht. Dat wij hier zijn is geen garantie voor wat dan ook, maar toch bewijzen wij hier en nu dat we alles: onszelf, ons leven en elkaar, willen zien in een heel specifiek licht dat ons geschonken wordt: het licht van ons geloof. Het licht dat ons verhaalt over God.

Want: wij hebben geen enkel licht uit onszelf. Of het nu om het natuurlijke licht of om het bovennatuurlijke licht gaat: altijd geldt dat het van elders komt. En dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Het kunnen zien van de ons omringende wereld zou ons ook met veel meer verwondering en dankbaarheid kunnen vervullen. En hoeveel te meer is het kunnen zien met de ogen van het geloof een geschenk? Is het gegeven dat wij hier zitten soms een verdienste van onszelf? Hebben we dat zelf bewerkt en gedaan, of is het een gehoor geven en meebewegen met iets anders geweest?
De vraag is of wij menen dat wij alles wat wij hebben en zijn uit onszelf vandaan hebben. Ons lichaam met al haar functies en mogelijkheden: daar hebben wij zelf voor gezorgd? Onze geestelijke vermogens, waar komen die vandaan? Onze bezieling? Mensen hebben de neiging zich alles steeds toe te eigenen en hun verantwoordelijk verkeerd te verstaan. Want wat wij hebben en zijn ontleent zijn betekenis aan iets dat ons volslagen overstijgt. De wereld, eerdere generaties, maar vooral GOD is het die het ons allemaal hebben gegeven. We hebben niets uit onszelf en kunnen er ook niets uit voor onszelf reserveren. Alles is er om dóórgegeven te worden. Het is steeds de kunst het allemaal uit Gods hand te ontvangen en zonder tussenkomst of achterhouden weer weg- en dóór te geven.
Wij hebben niets uit onszelf en hoe meer wij alles ontvangen als een geschenk van God, hoe meer wij in de waarheid leven. Ook Jezus heeft Zijn mogelijkheden, Zijn licht, nooit laten stralen vanuit zichzelf, maar altijd vanuit de Vader. En zo moeten ook wij er van doordrongen zijn dat wij mogen dóórgeven wat niet van ons is, maar wat van God komt en Hem toebehoort.

Voor Jezus is God de schoonheid boven alle schoonheid. Zelfs verliefd zijn op God is voor Hem niet genoeg; Jezus is zó vol van Zijn Vader dat Hij alles van Hem kan ontvangen en alles van Hem kan doorgeven en weggeven. Volstrekt uniek is hun beider relatie waarin elke Persoon geen enkel er-voor-zichzelf-zijn kent; zij zijn er alleen maar voor elkaar, geven zich helemaal aan elkaar weg. Dat is onze redding en ons geluk. Met onze traagheid in het wegschenken van onszelf, met onze niet aflatende neiging goede sier te maken met onze mogelijkheden roepen we het ongeluk over onszelf af. Laten we ons licht opsteken bij onze Leraar die ons de liefde zal leren, die ons zal leren verliefd worden op God en ons zal voorhouden dat wij niets uit onszelf hebben en alles moeten verwachten van God. Amen.

Br. J.

 

Nach oben scrollen