Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. HART: A: 2023: Math....

HART: A: 2023: Math. 11, 25-30 : 16-06-2023

Broeders en zusters,

Eén van de ernstigste tekorten van onze tijd is, dat er geen plek is voor het lijden. Er is natuurlijk lijden genoeg, beter: er is veel te veel lijden. Maar alle aandacht gaat uit naar het opheffen en beëindigen ervan, of minstens naar het verminderen ervan, of als dat niet gaat, naar het afleiden daarvan. Zodat er geen aandacht overblijft voor hoe je moet lijden, geen aandacht voor de binnenkant ervan. Terwijl juist daar eeuwenlange christelijke ervaring ligt: dat lijden tot aan het einde der tijden onontkoombaar een plek hééft en zal houden, en over hoe je met en in eigen (en ook andermans) lijden een weg kunt gaan: een gelóófsweg. Zodat lijden een zin krijgt; beter: hoe zich een zin in het lijden kan openen. Want door de eeuwenlange christelijke ervaring wordt geen ‘zingeving’ op het lijden opgeplakt: nee, er wordt zin in vrij gelegd.

Een veel te groot thema. En er zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen vormen van lijden, minstens tussen eigenlijk en oneigenlijk lijden. En bovendien is er het gevaar dat elk stukje zin op voorhand al veel te goedkoop kan lijken ten overstaan van pijn en leed. Maar nu is er het feest van vandaag: Jesus’ Heilig Hart, en nu is er de evangelielezing daarvan in dit A-jaar. Beide dragen belangrijke suggesties en inwijdingen aan voor die geloofsweg waar zich in het lijden zin kan openen, – subtiel, en eerder voorzichtig ervaring oproepend dan massief leerstellig en belerend. Nog voordat de H. Hart-verering in de 17e eeuw een enorme impuls kreeg dank zij de verschijningen aan de H. Margaretha Maria Alacoque, was er al een H. Hart-verering in de Middeleeuwen, toen vooral gedragen door onze Cisterciënser orde en Cisterciënser heiligen, toen als uitloper, als affectieve en hartelijke uitloper, van het grote motief dat de kerkvaders al in de eerste eeuwen ontwikkelden: het grote motief van de heilige ruil: God deelt in Christus ons menselijk leven, opdat wij zouden delen in Zijn goddelijk leven. In de Middeleeuwen wordt dat affectief en mystiek uitgediept tot uitruil van harten. Christus’ Hart in het mijne, mijn hart in het Zijne. Mijn hart overgenomen door Hem, en Zijn Hart kloppend in mij. En die uitruil van harten wordt tot uitruil van lijden. Mijn lijden in Christus’ lijden, en Zijn lijden in het mijne. Lijden blijkt een plek te zijn waar het diepste van het Christusmysterie gaande is en oplicht.

Het evangelie van vandaag wijst, al even subtiel, in diezelfde richting. Neemt mijn juk (!) op uw schouders, en ook: mijn juk (!) is zacht en mijn last (!) is licht. Om ons rust en verlichting te schenken, neemt Christus ònze lasten op Zích, én geeft Hij òns in ruil Zijn juk en Zijn last, die wij nu mogen dragen. Een uitruil van lasten. Lijden blijft een juk en een last. Maar het blijkt nu Zijn juk op ons en Zijn last in ons te zijn: het blijkt nu, tastenderwijs ontdekkend, het Christusmysterie, dat gaande is in ons, dat oplicht in ons. Dat maakt alles anders. Dat maakt lijden anders. Dat maakt het, op een manier die de wereld niet kent en niet begrijpt, zacht en licht. Het diepste van het Christusmysterie, tot en met de uitruil van harten, gaat immers juist daar open. Moge iets daarvan ook voor ons opengaan en door ons ont-dekt worden.
Amen.

Br. M.

 

Nach oben scrollen