Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

PASEN 2023

Broeders en zusters,

De één ziet het lege graf en laat het daarbij. De ander ziet het lege graf en gelóóft. Waar komt dat verschil vandaan? Zeker, geloof is een genade en wordt je dus geschonken. Maar de genade maakt  gebruik van hetgeen menselijk voorhanden is. Dus nogmaals: Waarom gelooft de ene mens niet en de andere wel, terwijl ze beiden hetzelfde zien? Kennelijk zien ze niet op dezelfde manier. Zien dat een gelovig zien kan worden, is een zien dat opstaat, dat naar voren en naar boven kijkt, en  zich wil laten verrassen: een zien dat het geziene op voorhand al gróter en wíjder maakt. Het andere zien is een zien dat terugbuigt, herleidt tot al bekende verklaringen en oorzaken: een reducerend en neergebogen zien dat het geziene op voorhand al kléiner maakt en beperkt.

Beide manieren van zien kennen we wel uit eigen ervaring. Stel, er is een knetterende ruzie, harde woorden en dan een moeilijke stilte. Je kijkt elkaar onbegrijpend aan. Kijk je dan met ogen gebogen over het gebeurde, alleen met ogen die terug zien en dus op voorhand al beperken, met ogen die willen verklaren hoe het tot zover gekomen is en die zoeken naar rechtvaardiging en naar wie gelijk had? Óf kijk je vooral met ogen die zich verheffen boven het gebeurde uit en vooruit zien en toekomst zien, ogen die op voorhand al groter en wijder maken, en kijken naar goede wil en  vergeving en een nieuw begin? Met ogen die – juist door zo te kijken – de eerste minieme tekens van die toekomst al herkennen?

Of stel:  je trekt al tijden met iemand op. Je kent die persoon intussen wel, denk je.  Al wat je nog ziet en meemaakt, komt per saldo steeds weer neer op een bevestiging van wat je al wist. Je wordt al moe als je die persoon enkel al zíet. Zo kijk je met ogen gebogen over het verleden, die terugkijken en  daardoor beperken. Óf kies je ervoor te kijken boven de eigen ervaringen uit, met ogen die groter en wijder maken, open voor iets onverwachts in die ander, ogen die –  juist door zo open te staan –  daar al kleine tekens van herkennen?

Kortom: een neergebogen, teruggebogen terug-uit-zien, óf een zien dat opstaat boven alles uit en naar voren en naar boven kijkt. Hé: een zien dat opstaat, zeiden we: daar zit het woord opstanding in, – hetzelfde woord dat ook met Pasen aan de orde is: Jesus’ verrijzenis, Jesus’ opstanding. Niet toevallig! Want het is met ons geloof in Pasen, in de opgestane en verrezen Heer Jesus, niet zo heel anders. Er is met Pasen niet zo heel veel te zien. Zodat heel veel ervan afhangt met welke ogen je kijkt. Want wat zien we eigenlijk? Een leeg graf in Jerusalem. Een paaskaars die in ons midden brandt. Mensen die beweren geraakt te worden door Jesus. Een klein stukje eucharistisch Brood. Dat is in een wereld en een mensenleven vól met massieve andere zaken zo ongeveer de hele eerste Paas-inventarisatie. Die karige inventaris vráágt om geloof. En God kan en zal dat geloof geven – aan ogen die vooruit zien, die op voorhand al groter en wijder maken, en God wijde ruimte geven  tot iets nieuws en verrassends. Aan zulke ogen kan en zal God de genade van het geloof schenken. En dan gaat die karige inventaris leven. Dan ga je er tekens in herkennen. Tekens dat de Heer Jesus werkelijk leeft, en dat Gods liefde zegeviert. En van daaruit ga je de karige wereld en je eigen karige leven herkennen als vindplaats van steeds nieuwe kleine tekens dat Hij, Jesus, lééft.

Het Paasgeloof leeft niet van bewijzen of van logica. Langs die weg  kom je steeds weer uit bij het oude vertrouwde en bekende. Zo kijken neergebogen ogen die terugkijken en beperken en herleiden. Het Paasgeloof daarentegen leeft juist van tekens die vanuit een nieuwe toekomst oplichten: zie, God bewerkt iets nieuws!  Aan ons de keuze en de uitdaging óp te staan en stáánde met open ogen in die voorwaartse, wijde richting te kijken, te wíllen kijken. Niet dat de herkenning dan meteen en als vanzelf zou gebeuren. Dat blijft een genadegebeuren, en kan en mag langzaam en moeizaam gaan: een zoektocht, een doolhof, een worsteling. De tekens zijn vaak ook werkelijk karig en miniem. Maar juist dat maakt de vreugde van de herkenning des te gróter. Want het is dezelfde herkenning als toen, bij de paasverhalen in de evangeliën: de herkenning Het is Jesus, de Heer! Hij is het Zélf! Hij lééft! Het is precies díe herkenning die het wezenlijke verschil maakt in een mensenleven.

Ik wens u een Zalig Pasen!

br. M.

 

Nach oben scrollen