Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. ZONDAG 11 DOOR HET...

ZONDAG 11 DOOR HET JAAR: A: Ex. 19,2-6 & Mt. 9,36-10,8 : 18-06-23

Broeders en zusters,

Hoe kijk je? Hoe zie je? En hoe ziet Jesus? Want daarmee begon het Evangelie zojuist: Jesus ziet een menigte. Niet alle kijken en zien is immers hetzelfde. Men zegt wel, dat de ogen de spiegel zijn van de ziel. Een onverschillig mens zal onverschillig kijken: zijn ogen weerspiegelen zijn onverschillige hart en registreren alleen maar. Iemand met een verhard hart zal scherp en kritisch zien: zijn ogen nemen de maat en zien vooral waar iets ónder de maat blijft. Van Jesus zegt de Schrift, dat Hij zachtmoedig van hart is. Dan zal Hij ook met zachtmoedige ogen mensen bezien.

Zachtmoedig – een veelzeggend woord. Een zachtmoedig hart is zacht als was, beschikbaar dus om te ondergáán. De ander mag eenvoudig binnenkomen en hoeft zich niet te verdedigen of te rechtvaardigen of op te tuigen: hij mag  zijn zoals hij is. Zachtmoedige ogen zien bij uitstek de concrete en dus ook broze, pogende én falende mens, gewoon alles tezamen, en het zachtmoedige hart wordt erdoor geraakt en leeft mee en – waar dat aan de orde is – lijdt mee. Door medelijden bewogen, zeggen we dan. Echt medelijden, niet uit de hoogte of meewarig, maar zuiver en respectvol, is niet gemakkelijk. Alleen wie zachtmoedig is, kan dat. Zalig de zachtmoedigen, zegt Jesus in zijn Bergrede, – inderdaad zálig, want zij lijken op Jesus en kijken zoals Hij.

Zachtmoedigheid alleen, medelijden alleen is als een prachtige bloem, maar nog vruchteloos. Zachtmoedigheid en medelijden dragen pas vrucht als ze een beweging in gang zetten.  Zoals in het evangelie van vandaag. Toen Jesus de menigte zag, werd Hij door medelijden bewogen – hoorden we, en dan, onmiddellijk daarop!: de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Zijn medelijden mondt uit in een zoektocht naar werkers, medewerkers met Hem. Bij uitstek waren de apostelen en zijn de priesters en pastores geroepen als medewerkers, maar in ruimere zin evengoed wij allen,  want allen zijn wij gedoopt en gevormd. Elke christen heeft minstens af en toe en in één of ander geval een – noem het – herderlijke zorg voor een ander, wiens lijden het zijne wil geworden. Zoals het door Moses in de eerste lezing gezegd werd: héél het volk van God heeft iets priesterlijks.

Jesus geeft een opmerkelijk woord voor deze zachtmoedige en medelijdende arbeid: het gaat om medewerking in de oogst. Oogsten, dat is: inzamelen en binnenhalen. Binnenhalen waarin dan? Jesus bedoelt: binnenhalen in de wonderlijke nabijheid van God zijn Vader. Mensen, precies zoals ze zijn, mét hun pogen en falen, mét hun leed en wonden, binnenhalen in de stralenkrans, het aantrekkingsveld van zijn Vader, die mensen wil dragen en bevrijden en verzoenen en van binnen uit genezen. Dáárin binnenhalen, dát is oogsten. Dat is niet àlles in het leven, wél steeds het eerste.

Wat moet je dan doen, wat moet je geven, om mensen daarin binnen te halen? Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven, zegt Jesus. Dus niet allereerst hoog ontwikkelde oplossingen, of diepe psychologische inzichten, of maatschappelijke inzet, al is dat alles heel nuttig en nodig. Het gaat er om, allereerst dát door te geven, wat jezelf om niet ontvangen hebt, – en dat is precies die wonderlijke nabijheid-om-niet van God in jouw leven, dat is Zijn opnemende en verzoenende, zijn dragende en ómvormende liefde, die Hij jou zo maar om niet schenkt. Dát doorgeven, in woord of daad, in blik of gebaar, in stille aanwezigheid of in volhardende voorbede, en zo een ander dáárin binnenhalen – dát allereerst is meewerken aan de oogst.

Vraagt, zei Jesus, de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Stel nu eens dat wij inderdaad daarom gaan vragen. En stel dat de Heer ons gebed verhoort (want gebedsverhoringen komen voor!, zeker als wij bidden wat en zoals de Heer zelf aangeeft om te bidden). En stel dat Hij dan óns een zachtmoedig hart en zachtmoedige ogen geeft. Zijn wij dan bereid te oogsten, bereid ook anderen binnen te halen? Binnen te halen precies in die wonderlijke nabijheid van de Heer?

Amen.

Br. M.

 

Nach oben scrollen