Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. ZONDAG 3 VAN PASEN...

ZONDAG 3 VAN PASEN : A : Lc. 24, 13-35 : 23-04-2023

Broeders en zusters,

Die twee leerlingen kwamen van Jerusalem, waar ze getuigen waren geweest van Jesus’ kruisiging. Nu waren ze op weg terug naar Emmaüs, hun woonplaats. En zonder dat ze Hem herkenden, kwam de verrezen, levende Jesus op hen toe en liep met hen mee. Doorgaans stellen we ons dat zo voor, dat Jesus hen van achteren inhaalt en dan met hen mee oploopt. Maar zo staat het er niet. Hij komt hen tegemoet. Vanuit de richting van Emmaüs dus, hun woonplaats! Hij haalt hen als het ware af! En dat niet om hen te bewegen toch vooral meteen weer om te draaien naar Jerusalem, de  plaats van Jesus’ kruisdood en het lege graf, en waar nog andere grote opzienbarende dingen zullen gebeuren, zoals het eerste Pinksterfeest van de kerk. Nee, Jesus haalt hen af vanuit Emmaüs, en draait Zelf om, om met de twee leerlingen mee terug op te lopen naar Emmaüs.

Dat kan een detail lijken, maar dan wel één dat ons kan helpen de goede richting te vinden om te onderscheiden waar het voor ons bij Jesus’ verrijzenis op aan komt. Pasen is één groot wonder: Jesus de Heer is opgestaan uit de dood en lééft; ons aardse leven reikt nu met Christus tot bij God, Zijn en onze Vader. Maar voor ons begint dat thuis, in ons gewone leven. Zoals ook voor die twee leerlingen het beslissende bij hen thuis, in Emmaüs, gebeurde. Zoals, in andere Paas-verhalen uit de evangeliën, andere leerlingen eerst weer terug moesten naar hún thuis, Galilea; terug naar het Meer van Galilea, van Tiberias, terug naar hun beroep van visser. Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult ge Hem zien: die boodschap moesten de vrouwen, die gekomen waren om de dode Jesus te balsemen maar Hem niet meer aantroffen, van de engel aan de leerlingen door-geven, en ook aan ons. Hij, de verrezen, levende Heer Jesus, gaat ons voor naar Galilea, dat is: naar waar ons thuis is;  Hij gaat met ons mee terug naar Emmaüs, dat is: naar waar ons thuis is.

Anders gezegd: We zouden de verrezen Heer niet zozeer moeten zoeken en verwachten in wonderen en verschijningen, of in opzienbarende genaden en voorvallen, in opmerkelijke plaatsen en buitengewone opdrachten, maar allereerst in óns Galilea, in óns Emmaüs: in óns gewone leven: als de diepte en het geheim daarvan. Als Jesus met die twee hun huis in Emmaüs binnengaat om  bij hen te blijven, neemt Hij hun gewone avondeten – om dat op te nemen in Zijn eucharistische maaltijd met hen: het gewone, nu opgenomen in Christus, de verrezen en levende Heer. Om zo de ogen te openen dat dat veel breder gaat: in veel meer van het gewone, in veel meer van wat ons gewone thuis is, blijkt nu nieuw leven mogelijk, blijkt meer dan het gewone mogelijk, blijkt dat wij onze grenzen te boven en te buiten kunnen gaan, krachtens de verborgen, werkzame aanwezigheid van de verrezen Christus onder ons en in ons. Onze grenzen te boven en te buiten vooral in wat in de Bijbel de vruchten van de Heilige Geest worden genoemd: onze grenzen te boven en te buiten in liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, ingetogenheid. In en achter dat ‘onze grenzen te boven en te buiten’ zullen we de gelaatstrekken van de levende Christus in ons en onder ons gaan vermoeden en herkennen. En dat des te gemakkelijker naarmate we vertrouwder raken met de Schrift en de geloofstraditie van de Kerk, die ons de ogen en het hart zullen ontsluiten.

Het gewone, óns Galilea, óns Emmaüs, ons thuis, blijkt opgenomen in Christus de verrezen Heer! Daar kunnen we Hem allereerst vinden: Hem die ons daar deel geeft aan zijn verrijzenis-kracht en ons opstuwt en verheft, onze krachten en grenzen te boven en te buiten. Als we Hem daar – in het gewone dus, in ons thuis – niet zoeken en vinden, zullen we Hem waarschijnlijk nergens vinden.

Amen.

br. M.

 

Nach oben scrollen