Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. ZONDAG 4 DOOR HET...

ZONDAG 4 DOOR HET JAAR : A : Mt. 5, 1- 12a : 29-01-2023

Broeders en zusters,

Het zal al drie generaties geleden zijn, dat de geloofsoverdracht op de scholen nog gebeurde volgens het eeuwenoude methode van een catechismus: een boekje met vragen en antwoorden die uit het hoofd moesten worden geleerd. De eerste vraag luidde: Waartoe zijn wij op aarde? En het eeuwenoude antwoord: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in de hemel gelukkig te zijn. Rond 1950 vond er een modernisering plaats in de antwoorden. Het antwoord ging toen luiden: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn. Men probeerde ons leven hier op aarde een positievere waarde te geven. Door God te dienen kon ook je aardse leven al gelukkig zijn. Toch kwam van veel kanten protest! Zo gaat het op aarde niet!, was de teneur. De goeden gaat het vaak slecht, en de slechten goed! God dienen geeft in onze aardse constellatie helemaal geen garantie op aards geluk! Dat híer gelukkig zijn is een loze, ja valse toezegging!

Eenzelfde spanningsveld speelt bij het evangelie vandaag. We hoorden het begin van Jesus’ eerste grote redevoering, de Bergrede. Met het eerste woord daarvan wil Jesus meteen zijn toon zetten. Welnu, Zijn eerste woord is: zalig. Hij begint zelfs Zijn eerste negen zinnen daarmee! De nieuwste vertalingen hebben gelukkig. Omdat zalig in ons moderne taalgevoel teveel versuikerd is geraakt en tendeert naar zoiets als overheerlijk. Tegelijk voelen we nog wel aan, dat zalig oorspronkelijk een intensieve vorm van gelukkig uitdrukte. Hoe dan ook, Jesus’ eerste grote redevoering mikt, zonder dralen, meteen op onze bestemming tot een gelukkig bestaan. En dat niet door een opdracht plus belofte mee te geven, zo van: doe dit of dat, en dan zul je gelukkig wórden. Dat juist niet! Eérst wil Hij bewustwording dat God nu komende is, en dat daardoor ons leven nu al  zalig is; negen keer: zalig ben je, nú al! Jesus als leraar van het evangelische bewustwordings-proces en van de goddelijke kunst tot levensgeluk.  Het zal een dwarse levenskunst blijken!

Vóór alles nodigt Jesus ons uit radicaal te aanvaarden dat we het ware geluk enkel kunnen ontvangen. We zijn daarvoor doorgaans hardnekkig blind en doof. We denken ons geluk zelf te kunnen uitkiezen en voortbrengen. We gaan een weg van zelfontplooiing en zelfrealisatie. We bouwen en verzamelen. We vervullen onze behoeftes en interesses. We raken thuis in ons lichaam, komen thuis bij onszelf. Dat hoort allemaal bij het gezonde menszijn, en brengt elementen van geluk. Maar als we er te veel mee bezig zijn en er te veel van verwachten, belemmert het zelfs ons ware geluk. Jesus nodigt ons uit een sprong te maken: radicaal aanvaarden dat je het ware geluk enkel kunt ontvangen, – en gelukkig: God is rakelings nabij om Zichzelf te geven: en dat is de eigenlijke zaligheid. En heel Jesus’ dwarse levenskunst is er vervolgens op gericht bewust te worden waar je leven al openingen heeft. Want daar haakt God aan, en raak je al aan die zaligheid.

Zalig de armen van geest, leert Jesus dus. En: Zalig de treurenden, zalig de zachtmoedigen, zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, zalig de barmhartigen, zalig de zuiveren van hart, zalig die vrede stichten, zalig die vervolgd worden. Want ‘zalig’ of ‘gelukkig’ is allereerst wat mensen open maakt, open breekt, – open voor God en voor elkaar. Waar ons leven breuklijnen heeft, of kieren en bressen, of littekens en wonden, of zachte indringbare kanten, daar ligt ons leven open voor God die ons rakelings nabij komt, daar aarzelt God niet als het ware binnen te glippen en zijn liefdesheerschappij – Zijn ‘Rijk’ – meteen uit te breiden.

Maar dan wel op Zijn dwarse, goddelijke manier! Het tegendeel van onze gesuikerde wensen en verwachtingen! God raakt aan door de bres, de opening, de wonde nog groter te maken! Eenmaal binnengedrongen, verríjkt God ons door ons nóg armer van geest te maken; en verzádigt Hij ons door ons onverzadigbaar te maken; en tróóst Hij ons door ons nog grondiger te laten treuren en verzuchten; en geeft Hij zich te zien door onze nog overgebleven onzuiverheid van hart pijnlijker bewust te maken; en bewijst Hij ons barmhartigheid door ónze barmhartigheid en zachtmoedig-heid jegens anderen nóg onvoorwaardelijker en grondelozer te maken. Dát zijn hier op aarde de onmiskenbare tekenen van Gods zalige heerschappij in ons. Daarom: Gelukkig de mens, nú al, die zulke zalige raakvlakken heeft!     Amen.

Br. M.

 

Nach oben scrollen