Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. ZONDAG 4 VD 40-DAGEN-TIJD...

ZONDAG 4 VD 40-DAGEN-TIJD : A : 1Sam.16 & Joh. 9 : 19-03-2023

Broeders en zusters,

Het was, zo’n elf eeuwen voor Christus, in de tijd dat Saul, de eerste koning van Israël, steeds meer verstrikt raakte in honger naar méér macht en in sombere angst zijn macht te verliezen. Zo was hij voor God niet meer inzetbaar om te weerspiegelen hoe God wil heersen over mensen. Daarom stelt God een nieuw begin en bestemt een ander voor het koningschap. In de eerste lezing hoorden wij daarover. De profeet Samuël krijgt de opdracht één van de acht zonen van Isaï uit Bethlehem tot koning te zalven, maar wie precies van die acht – dat moet nog blijken. Samuël denkt, dat het de oudste wel zal zijn, of degene met een rijzige, koninklijke gestalte. Maar de jongste en kleinste blijkt te zijn bedoeld, David. Want – zo staat er dan – God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart.

God kijkt niet naar het uiterlijk, maar naar het hart –  dat lijkt een geruststellend, bevrijdend woord. Maar hebben we dan niet een veel te optimistische kijk op ons hart? Zijn we er beter mee af, dat God naar het hart kijkt? Is het daar dan – achter alle façade en schijn – zoveel fraaier en echter en volmaakter? Het is minstens een zaak van goed fatsoen om bij een ander uit te gaan van diens  ‘goede bedoelingen’, want wij kunnen die ander niet in het hoofd en in het hart kijken. Maar het is een zaak van eerlijkheid en zelfkennis om bij jezelf níet zomaar uit te gaan van ‘goede bedoelin-gen’ en te leren schouwen en onderscheiden in het eigen hart, wat vaak een ontnuchterende en teleurstellende exercitie blijkt. Nee, op zichzelf is het gegeven dat God naar het hart van de mens kijkt, nog geen vreugdevolle zaak. Het is maar net in welk licht Hij ziet! Zoals het ook onder mensen een heel verschil maakt in welk licht je elkaar beziet: je kunt elkaar in een hard en streng licht óf juist in een zacht en mild licht zien; of ook elkaar zien in het licht van je eigen voordeel en behoeften óf juist in het licht van een belangeloze vreugde om andermans bestaan. Steeds zie je dan ánders.

In welk licht kijkt God naar ons hart? Vandaag hoorden we in het Evangelie, dat Christus het licht is dat in de wereld straalt. Dat vatten we vaak zo op, dat Hij onze levensweg verlicht en bijlicht hoe wij het beste kunnen gaan. Dat is natuurlijk waar, maar het betekent nog veel méér. Het betekent vooral, dat God naar onze wereld en naar ons ziet in het licht van Christus. God ziet ons – tot en met ons hart – in Christus, in de liefde van Christus, en Hij wil ons niet buiten Christus om zien of kennen. Juist dát geeft vrede en vreugde, ook als Hij, nee: júist als Hij héél ons hart mét al zijn schuilhoeken en duisternissen en tegenstrijdigheden ziet en doorziet.

Wij christenen, gedoopten, mogen delen in datzelfde licht waarmee en waarin God ziet. Wij mogen onze wereld en onszelf en anderen zien in het licht van Christus, van Christus’ liefde. Nooit zouden we wat of wie dan ook moeten bezien los van Christus. Anders zijn en blijven wij ziende blind. Niet onze duisternissen, onze zwakheden en tegenstrijdigheden zijn de kern van onze geestelijke blindheid; maar dat wij eigen en andermans leven mét z’n duisternissen en zwakheden en tegenstrijdigheden zien lós van Christus, buiten Zijn licht: dát is blindheid. Het evangelie  vandaag over de genezing van een blindgeborene speelt prachtig met die diverse lagen van blindheid.

Vóór jij zelf gaat proberen alles, echt álles, in en met dat licht van Christus te bezien, komt dus eerst, steeds weer eerst, dat je jezelf en anderen en de wereld gewoon maar als het ware omhoog houdt in dat licht van Christus, opdat Zijn licht het kan bestralen. Zo gebeurt iets van eminent belang: door dit omhoog houden, komt het in een houding van offer, in een eucharistische beweging. Juist dan heeft Christus’ licht vrij spel; juist dan kan Christus’ licht alles en iedereen nieuw doen oplichten, juist dan kan Christus’ licht wonderen verrichten, – de échte wonderen.
Amen.

Br. M.

 

Nach oben scrollen