Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

  1. Startseite
  2. /
  3. Uncategorized
  4. /
  5. ZONDAG 7 DOOR HET...

ZONDAG 7 DOOR HET JAAR : A : Mt. 5, 38-48 : 19-02-2023

Broeders en zusters,

Het gaat erom, dat je een goed mens bent, hoor je vaak zeggen. En ook: of je nu gelovig bent of niet, of je nu christen of niet, als je maar een goed mens bent. Wat moet je hiervan denken? Er is natuurlijk niets op tegen dat je een goed mens bent. Maar in het licht van het evangelie van zojuist, uit Jesus’ Bergrede, zou je kunnen zeggen: het christelijk bestaan draait daar niet om, gaat daar niet om. Christelijk bestaan gaat erom, dat je mag binnentreden in een heel andere sfeer: in de sfeer van God, de sfeer van het koninkrijk van God; en dat je mag meegaan in de dynamiek die daar heerst. Ook al stap je er maar met één been in binnen, ook al is het maar soms, eventjes, ook al zet je er aarzelend héél kleine stapjes, toch krijgt je leven al een andere kleur en geur – de kleur en geur van een ándere wereld: van Gods Koninkrijk.

Om die eigen sfeer van God, van het koninkrijk van God, enigszins te vatten, is het raadzaam eerst naar een helder voorbeeld te kijken. Martin Luther King was in de jaren ’60 van de vorige eeuw in de Verenigde Staten de grote voorvechter van rassengelijkheid en burgerrechten voor gelijkelijk blank  en zwart. Hij was een dominee, die vol innerlijke overtuiging raakte aan de sfeer van Jesus’ Bergrede. Alleen via de weg van de geweldloosheid wilde hij zijn grote doel bereiken, ook al waren de tegenkrachten massaal en gewelddadig. Eén van zijn uitspraken: Doe met ons wat jullie willen, toch zullen wij jullie liefhebben. Dát is nou een inkijkje in waar het in het christelijk bestaan om gaat! Doe met ons wat jullie willen, toch zullen wij jullie liefhebben.

Of neem Jesus’ uitspraak van vandaag: als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Stel dat Oekraïne dat had gedaan na de Russische inval. Waar waren we dan gebleven? Niettemin: minstens op persoonlijk vlak, voor wat jouzelf betreft, mag je als christen, Jesus volgend, hier of daar, nu of dan, instappen in die sfeer van een ándere, onaardse wereld, en dat teken stellen van ook de andere wang toekeren, en kwaad en onrecht beschamen door een overmaat aan liefde en goedheid. Christenen mogen delen in de overmaat aan liefde en goedheid die God zelf eigen is. Gods goedheid en liefde laat zich geen grenzen stellen door het gedrag van de ander, door het gedrag van ons. Kwaad daarentegen vóédt zich met de eindeloze cyclus van slaan en terugslaan, van treiteren en terugtreiteren, van afnemen en terugpakken. Kwaad lééft van de boosheid en het geweld die terugkomen van op wie ze gemunt waren en die nu terugbetalen, al is het met gelijke en dus in zekere zin rechtvaardige munt, al is het met de maat van oog om oog en tand om tand en niet blind boven die maat uitgaand. Maar door niets terug te doen  en alleen maar te blijven staan in de overmaat van goedheid die van God komt, doorbreken wij die duivelskring, en hollen wij het kwaad uit: het kwaad verliest zich langzamerhand in onze overmaat van liefde. Wonderlijk: juist door die geweldloze overmaat van goedheid en liefde blijft alleen die tenslotte over.

Maar het is wel een spannende weg naar die eigen sfeer van God! Het zal het eerst lijken, dat we nog méér slachtoffer worden en dat het kwaad en de kwaden over ons heenlopen. Zo gebeurde het Jesus ook. Het is dan ook een gelóófsmogelijkheid die ons van uit de sfeer van Gods Koninkrijk geschonken wordt, en geen mogelijkheid die voortkomt uit de huidige wereld en daarbij past. Maar ze heeft de kracht van de verrijzenis in zich, de kracht van de overmacht. Die overmaat aan goedheid en liefde, die geen grens aanvaardt en zich niet stoppen laat, mogen we in bruikleen nemen van God onze Vader. Dan zullen Jesus’ woorden: Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is, – dan zullen die woorden hier of daar eventjes werkelijkheid worden in ons leven: als een voorsmaak naar méér.
Amen.

br. M.

 

Nach oben scrollen