Abdij Lilbosch – Echt
Cisterciënsermonniken

Regel van Benedictus

Benedictus van Nursia (480-547) geldt als de grondlegger van het westers monnikendom omdat hij een ‘Regel voor monniken’ schreef, waarin hij op geniale wijze de traditie van het oosters monachisme aanpaste aan onze westerse mentaliteit. Voortbouwend op de wijsheid van de Woestijnvaders, Basilius, Pachomius, Augustinus en Johannes Cassianus zette Benedictus uiteen hoe je in een gemeenschap van monniken God moet zoeken.

Centraal in zijn Regel staat een begrip dat veel moderne mensen misschien maar matig kunnen
waarderen: de nederigheid. Nederigheid heeft echter niets te maken met minachting van jezelf, maar alles met hoogachting van God. Of, beter nog: met vertrouwen in God en overgave aan God. De nederige mens is iemand die alle zelfvoldaanheid voorbij is en met een levende hoop bezield voor God staat.

Abdij Lilbosch regel van BenedictusAls een echte monnikenvader toont hij hoe je de weg naar God kunt zien als een ladder, waarop je God kunt naderen door op te klimmen, dat wil zeggen: door te groeien in nederigheid. Hoe hoger de monnik klimt, hoe nederiger hij wordt en hoe meer hij God zal liefhebben. Al klimmende zal hij komen tot innerlijke vrijheid. Door het samenleven met God en zijn medemonniken worden gaandeweg zijn verlangens uitgezuiverd en omgevormd, zodat hij, boven gekomen op de ladder, niets anders meer verlangt dan Gods liefde.

In het 7e hoofdstuk van zijn Regel (‘Over de nederigheid’) schrijft hij: “Dit afdalen en opklimmen wil ons ongetwijfeld niets anders zeggen dan dat men door hoogmoed afdaalt en door nederigheid omhoogklimt. Die overeind staande ladder nu is ons leven hier op aarde; zij zal, als ons hart nederig is geworden, door de Heer naar de hemel worden opgericht.”

Scroll naar top